1.

Jan Johannes de Blécourt, zoon van Lucas Wildervanck de Blécourt (1827-1891) en van Wilhelmina Tresling (1836-1912). Geboren 13-7-1860 te Wildervank. Overleden 19-3-1925 te Laag-Soeren (gemeente Rheden). Beroep: arts te Hees (gem. Nijmegen). Hij huwde op 1-12-1886 te Veendam met Wilhelmina Nauta, dochter van Jacob Harmen Nauta (advocaat) en van Wobbina Catharina de Blécourt. Geboren 11-11-1861 te Veendam. Overleden 4-5-1941 te Hees bij Nijmegen.

 

Kinderen:

 
2.1

Wobbina Catharina Wilhelmina Annette. Geboren 11-10-1887 te Hees bij Nijmegen. Overleden in
1971. Zij huwde op 8-7-1914 te Nijmegen met Johannes Pieter Jacobus Helmich Clinge Doorenbos, zoon van Jakob Martin Clinge Doorenbos (geneesheer) en van Arendina Gertrude Helmich ter Horst. Geboren 9-6-1884 te Würzburg. Overleden 11-5-1978 te Bussum. Beroep: particulier secretaris (1914, 1920), voordrachtkunstenaar.

2.2

Lucas. Geboren 20-8-1889 te Hees. Beroep: ambtenaar Openbaar Ministerie (1920).

2.3

Wilhelmina. Geboren 16-8-1891 te Hees. Zij huwde op 19-2-1918 te Nijmegen met George Anthoni van der Stok, zoon van Cornelis van der Stok en van Maria Hendrika Georgina Reimeringer. Geboren ca 1891 te Nieuwpoort. Beroep: arts.
Dit huwelijk werd in 1946 ontbonden door echtscheiding.

2.4

Anna Habbijna. Geboren 29-4-1894 te Hees. Zij huwde op 3-6-1919 te Nijmegen met Quirinus van de Velde, zoon van Pieter Adriaan van de Velde (inspecteur directe belastingen) en van Leena Maria Jonker. Geboren 8-3-1888 te Gennep. Beroep: candidaat notaris (1919, 1920).
In 1919 verhuisde dit echtpaar van Nijmegen naar Arnhem.

2.5

Paula Jacoba. Geboren 12-7-1899 te Hees. Zij huwde op 10-8-1920 te Nijmegen met Jan Jans Rinkes, zoon van Jan Jans Rinkes (directeur spaarbank) en van Johanna Wilhelmine Christine Meijeringh. Geboren 7-2-1893 te Arnhem. Beroep: scheikundig ingenieur (1920).



Dr. de Blécourt
Jan Johannes de Blécourt (A 1) studeerde geneeskunde aan de universiteit J.J. de Blécourtvan Groningen. Hij promoveerde er in 1885 op het onderwerp: Quantitatief bacteriologische onderzoekingen over het Groninger grond- en leidingswater.

In 1886 werd hij door de gemeenteraad van Nijmegen benoemd tot genees- en verloskundige voor de dorpen (thans stadswijken) Hees, Neerbosch en Hatert. Zijn jaarwedde bedroeg toen ƒ 1000,-

Naar aanleiding van de geboorte van een vijfling in 1976 verscheen in “De Gelderlander” een bericht over een eerdere vijfling. [2] We halen daaruit het volgende aan.

 

Eerder kwam een vijfling levend ter wereld in 1903 in Hatert bij Nijmegen. Accoucheur was dr. J.J. De Blécourt te Hees bij Nijmegen, die het voorval beschreef in het Ned. Tijdschr. voor Geneeskunde van 1903, blz. 1058. De kinderen overleden spoedig en dr. De Blécourt schonk het “praeparaat” (vijfling plus placenta) aan het obstetrische museum van de Groningse Universiteit, waar hij was opgeleid. De toenmalige hoogleraar, G.C. Nijhoff, beschreef het met een mooi plaatje in dezelfde jaargang (blz. 1305).


Dr. de Blécourt heeft geijverd voor het ontsluiten van de genoemde dorpen. Hij was in 1912 de samensteller van het boek “Het Schependom van Nijmegen in Woord en Beeld”. Hij was een aantal jaren voorzitter van de “Vereniging Dorpsbelang”. Ook was hij nauw betrokken bij de aanleg van de elektrische tram, in 1922, naar Hees en Neerbosch. De “Stenen Bank” in Hees, die in 1922 schuin tegenover zijn woonhuis werd geplaatst, herinnert nog aan deze gebeurtenis. [3]

Huize Rusthof in Hees

In oktober 1925 gaf de gemeenteraad de naam “Dr. de Blécourtstraat” aan dat gedeelte van de Dennenstraat dat ligt tussen de Kerkstraat en het Maas-Waalkanaal.

Dr. de Blécourt was een opmerkelijke figuur in de dorpen aan de westkant van Nijmegen. Verscheidene anektotes over hem deden de ronde. Een aardig beeld van deze dorpsdokter-op-de-fiets wordt in 1986 geschetst door zijn dochter Paula (A 2.5) in een gesprek met een medewerker van het gemeente-archief. [4]

De verhalen en gebeurtenissen rond de persoon van Dr. de Blécourt zijn de belangrijkste reden geweest voor ons onderzoek naar “De Blécourt in Nijmegen”.

Het Vierdaagselied
J.P.J.H. Clinge Doorenbos, echtgenoot van Wobbina C.W.A. de Blécourt (A 2.1) was schrijver van levensliedjes en voordrachtkunstenaar van eigen werk. Zijn vrouw schreef de muziek voor zijn liedjes en begeleidde hem op de piano. [5]

Nijmegen is bekend om zijn “Vierdaagse”, de wandeltocht die elk jaar in juli gehouden wordt. Clinge Doorenbos, zoals hij doorgaans genoemd werd, schreef de tekst voor het “Vierdaagselied”:



Natuur gaf ons een motor mee
van ‘t allerbeste merk,
gaf ons een hart en longenpaar
gezond, gaaf, goed en sterk.
En een paar flinke benen,
een groot geluk op aard.
Wie die niet leert gebruiken,
is niet zo’n motor waard.

 

Wij lopen de Vierdaagse mee
vol levenslust en moed.
Als goede lopers blijven wij
altijd op goede voet.
Want wij zijn één voor allen
en allen zijn wij één.
Zo lopen wij door Neêrland
en door het leven heen.

 

De muziek van dit lied is van de Nijmeegse musicus H.A. van Mechelen, die het in 1932 aanbood aan de Vierdaagse-leiding. [6]
In het archief van de Vierdaagse-organisatie was niet te achterhalen, van wie het intiatief tot dit Vierdaagselied was uitgegaan.

In dit verband kan nog vermeld worden dat in 1998 en 1999 de Nijmeegse pers ruim aandacht heeft besteed aan de oudste Vierdaagse-loper: Theo (A.Th.W.) de Blécourt. In 1999 liep hij, op 92-jarige leeftijd, voor de zestigste keer de Vierdaagse mee; een opmerkelijke prestatie.
Theo de Blécourt werd geboren in Amsterdam, maar zijn vader kwam uit Arnhem. In Tak B vinden we deze laatste vermeld onder nummer 3.14.