We beginnen met een schematisch overzicht van de personen die hierna onderwerp van bespreking gaan vormen. De laatste vijf generaties uit de voorgaande stamreeks zijn er in opgenomen (eindigend met tak A); bovendien enkele neventakken (B, C en D), beginnend bij Wilhelmus de Blécourt. Deze Wilhelmus werd gedoopt op 6-9-1761 te Coevorden en overleed daar op 25-3-1844. Hij studeerde te Groningen, promoveerde er in de rechten en was vanaf 1786 auditeur militair te Coevorden. Hij huwde op 25-12-1790 te Ommen met Henderika Boddendijk, dochter van Jan Boddendijk en van Elisabeth van Elburg. Henderika werd gedoopt op 20-3-1761 te Ommen en overleed op 22-11-1836 te Coevorden.

stamboom

 

De voorgaande Stamreeks eindigde met Jan Johannes de Blécourt. Het was zijn 13 jaar jongere broer Anne Siberdinus, meester in de rechten en hoogleraar in Leiden, die in de jaren 1916 en 1930 de genealogie de Blécourt schreef. Hij zegt van de zojuist genoemde Wilhelmus het volgende.

Hij verkeerde in benarde financieele omstandigheden, zoodat zijn kinderen handwerkslieden zijn geworden. Voor zoover mij bekend zijn alle de Blécourt’s, die thans in Nederland wonen, de nakomelingen òf van mr. Johannes de Blécourt (oudste tak) òf van diens broer mr. Wilhelmus de Blécourt (jongste tak). ..... Het was een onbegonnen werk den jongsten tak uit te werken.

Het is ons gebleken dat veel nakomelingen van Wilhelmus zich vestigden aan de oostrand van Nederland: Zevenaar, Lobith, Arnhem, Zutphen, Deventer, Nijmegen. Zij wisselden vaak van woonplaats. Veel Nijmeegse de Blécourt’s kwamen uit Arnhem en keerden daar weer naar terug. Sommigen verdwenen na enkele weken of maanden al weer. Betrekkelijk weinig de Blécourt’s bleven enkele generaties lang in Nijmegen. We stonden daardoor voor het probleem: welke personen nemen we in ons verhaal op en welke niet?

We hebben geprobeerd een redelijk overzicht te geven van de oudste generaties. Bij de jongere generaties speelde een rol of ze betrokken waren bij Nijmegen. Maar geen enkele richtlijn was voor honderd procent door te voeren.
Dit geldt ook voor het voorgaande schema. Vooral de omvangrijke tak B kon slechts zeer gedeeltelijk worden ondergebracht. Het schema dient dan ook voornamelijk voor het aangeven van de grote lijn.

Uiteraard kunnen er meer bijzonderheden worden gegeven in de hierna volgende takken A tot en met D.